Paradijsvogels, 2007.
En hoe het was. Over een koning-slash-publieksmenner in falsetto, een übergeek die ontdekt dat hij heupen heeft, de U2 van de indie, en veel, véél meer.
--> Lees verder...
Eerder op GNFTI: 2005 verslag; 2006 vooruitblik, verslag; 2007 vooruitblik, Google Earth overlay. Elders: de Volkskrant, 3voor12, File Under, Flickr, YouTube, nog meer YouTube
INLEIDING
En weer is een vlucht naar het polderparadijs ten einde. Ik ga erover vertellen, maar ditmaal ga ik het vooral over muziek hebben ipv jullie kleine oogjes te vervelen met de gore details van mijn persoonlijke festivalbeleving. Nou, goed dan. Een paar details. Mijn twaalfde Lowlands werd gekenmerkt door:
-Uitstekend weer, en verder geen gezeik.
-Twitter. Het saaiste weblogdingetje aller tijden bleek vet handig kek om al je vrienden tegelijk te sms'en.
-Dichterij. Blijkbaar had ik de één of andere wedstrijd gewonnen - mijn gedicht haalde zelfs de Daily Paradise (hoezee). Hetgeen mijn makkers bewoog om te pas en te onpas iedereen binnen gehoorafstand te informeren dat er "een dichter in ons midden" was. Gezien de onnavigeerbare interface van Precies 160 nog éénmaal mijn gedicht (dat inderdaad precies 160 tekens bedraagt), en dan wil ik er nooit meer iets over horen:
EPIFANIE
En ineens, al op de vrijdag
Bij de Lima - of nog eerder:
Door wat hij vanuit de rij zag
Drong het door tot een kampeerder
Dat de hemel in de klei lag.
-Llowlog. Braaf had ik een polsbandje besteld bij de Koninklijke Grolsch. Leuk concept, maar ik had het wel erg druk met feesten hoor meneer, en het ene video-item dat ik had opgenomen bleek opgevreten door de server. Boee. Volgend jaar beter, meneer Grolsch.
N.B.: alle muziek gejat van 3VOOR12, alle foto's gejat met bronvermelding.
Nou, hop, lezen maar. En vooral: LUISTERT U MAAR!
VRIJDAG
Goed dan. Laat ik meteen met de deur in huis vallen - en me daarmee maar gelijk op glad ijs begeven. Op papier klopt alles aan Alamo Race Track: Hollandse YouTube-helden, lievelingen van zowel Volkskrant als VPRO, met Frans Hagenaars toch de beste rock & roll-producer van Nederland achter de knoppen, vergelijkingen met allerhande overzeese bandjes werpen zich op, gaat u maar door. Slepen naast trommels en gitaren een hele batterij gekke dingetjes mee naar Lowlands: percussionistje hier, stukken hout om mee te klappen daar, nog even een onhoorbare old school aanslingersirene tussendoor; maar laat ik kort zijn, er was gewoon niet zo veel aan.
Wat 3VOOR12 "de spannendste band van Nederland" noemt opende Lowlands voor een gretig publiek met de hersens nog even fris als de kledij, maar ik bleef achter met niet zozeer het gevoel dat ik een concert had bijgewoond als dat ik de eerste oefensessie van een overambitieus garagebandje kwam crashen.
Het concert was een soort lakmoesproef voor mij, want ik vond Alamo Race Track op plaat altijd best vermakelijk - en daar wringt de schoen: "best vermakelijk" is natuurlijk de aartsvijand van "verbluffend geweldig goed o jee", en ik was dan ook al een tijdje benieuwd naar hun podiumkunsten, om mijn vooraf gevestigde indrukken te ontkrachten dan wel bevestigen.
Laat het vooral dat laatste zijn geweest. Saai is Alamo Race Track zeker niet, maar live ontmaskert zij zich (superlatieven á la "ón-Nederlands goed" ten spijt) als een bandje met een weinig ontwikkelde persoonlijkheid of stem en, nog veel comprimitterender: één met liedjes die gewoon niet zo bijzonder zijn. Sprak zanger Ralph Mulder: "We doen nog twee nummers en dan gaan we bier met jullie drinken." Goed, ik sta vast bij de bar.
Alamo Race Track: knutselige ontmaskering van een Hollands kroegenbandje. 4. (3VOOR12: 8,5.)
In 2005 had ik het voorrecht om dit sympathieke Birminghamse bandje op Lowlands te mogen zien zonder daarvoor ook maar één noot van hun muziek gehoord te hebben; superlatieven waren het gevolg. Citeer ik:
Hun op de leest van Joy Division en The Smiths geschoeide gitaarrock bracht mij herhaaldelijk gevaarlijk dicht bij tranen, en als iemand zó begeistert vijftien keer "all sparks will burn out" in de microfoon schreeuwt geloof je hem ook, en moet je de zestiende keer wel meeschreeuwen. Dit is waar rock & roll voor bedoeld is, en of het nu op zus of zo lijkt is voer voor critici, maar uiteindelijk volkomen irrelevant. Laat niemand je iets anders proberen wijs te maken.Zoals wel vaker zou blijken dit weekeinde (zie: Arcade Fire) wordt niets ooit meer als toen. Ik had geprobeerd me daarop voor te bereiden, maar ja hoe je dat eigenlijk en de Alpha is toch wel érg groot. Begrijp me niet verkeerd, Editors blijven uitblinken in onderkoelde, majestueuze rockliederen; maar de band is met twee jaar ervaring rijker zo'n geöliede machine geworden dat ze met gemak een stadionpubliek kan bedienen, en noem me een snob, maar dat kan in een gevalletje Editors toch nooit de bedoeling zijn geweest. Tel daarbij op het met wisselende gastvrijheid ontvangen Moeilijke Tweede Album, en gemengde gevoelens zijn vrijwel onontkoombaar.
Daar stonden ze dan, Tom Smith en de zijnen: nog altijd Smiths weerbarstige krullen en spastische mimebewegingen, één en ander ondersteund door een hechter dan ooit spelende band. De magie zit nog altijd in de liedjes, maar waar blijft die dan in de mensen die ze ten gehore brengen? Mijn gok: zo moeilijk als voor iedere band het Tweede Album is, zo makkelijk is, wel, de gemakzucht. Vergeet niet dat jongens in de eerste plaats bandjes beginnen omwille van de meisjes; bedenk dan dat Tom Smith al een tijdje geleden gordijnpatronen mocht uitzoeken met (de overigens zeven jaar oudere) BBC-DJ Edith Bowman, en waar sta je dan met je liederen vol verwijten en verlangens?
Niet dat er geen hoop is. Editors is alleen een geweldig bandje dat dringend behoefte heeft aan een nieuwe identiteit. Ik verwacht dan ook dat Tom Smith binnenkort een baard krijgt, een maand of acht naar Nepal verdwijnt, en terugkomt met een hernieuwd gevoel voor songwriting en intimiteit. Tot die tijd is Editors de alcoholistische minnaar die in de kleine uurtjes bij je aanbelt, wier doorzichtige smoesjes en algemene tekortkomingen je erkent en verfoeit, maar die je ondanks alles toch altijd zult binnenlaten. Want zo ben je.
Editors: Ietwat plichtmatige stadionrock van een fantastisch sympathiek bandje. Het blijft goddomme Editors. We proosten op Tony Wilson. 7,5. (3VOOR12: 8.)
Ach, Damien. Nog zo iemand die voor de Alphaleeuwen werd geworpen. En überhaupt: Damien Rice op een festival? In de belevingswereld van velen - althans, zo lijkt me - is de Ierse liedjessmid toch vooral iemand die je verliefde, dronken kop of lege, gebroken hart fluisterend toezingt vanaf een plastic schijfje. En hoe vaak heb ik Damien moeten verdedigen tegen diegenen die mij wezen op Damiens gebrekkige indie cred? Een ouderwets gevalletje "Those who don't know, will not understand; those who know, cannot explain?" denk ik dan altijd maar in mijn nimmer aflatende arrogantie. Als je de Rice niet digt, ben je gewoon niet geweest waar ik geweest ben, mijn goede vriend.
Enige reserves waren er dan ook zeker toen ik naar de Alpha aftoog. Rice is klinisch verlegen, wist ik. En een niet altijd even makkelijk mens (zie: zijn plotselinge verdwijning vlak nadat zijn oude band een grote platendeal had getekend). En hoe zou de Alpha-mammoet onderdak bieden aan zijn kristallen liederen? Erger nog: hoe moet het toch verder zonder Lisa?
Wat dat laatste betreft wist Damien het zelf ook niet zo goed. De knappe, stille Rice moet het, zijn eeuwige vierdagenbaard en wijde pijpen ten spijt, toch vooral hebben van de interactie met de muze die Lisa Hannigan heet. Pardon, heette. Want de lul heeft haar eruit gekickt. "Had de beste tijd gehad", was de enige smoes die hij kon verzinnen.
Dat kwam hem duur staan. Want eerlijk is eerlijk, Rice wist mijn reserves ten aanzien van de omvang van de Alpha en de beperkingen van een festivalset vakkundig om zeep te helpen door een concert te geven dat ik alleen kan omschrijven als een theatershow voor een festivalpubliek: dan zo verregaand uitgebouwd en aangepast dat het vrijwel onherkenbaar was (herkenning van "Volcano" duurde zeker een regel of zes), dan weer sec en precies zoals de fans het verwachtten. Koppel daaraan meer spelerij met vervorming op zowel stem als akoestische gitaar dan we gewend waren van de man en de goed gemikte rock & roll-trucjes, en het stond buiten kijf dat Damien Rice hier toch even een set neer zette die tot op de centimeter berekend was op een festivalpubliek, maar toch genoeg ruimte liet voor de indruk dat Rice gewoon lekker deed waar 'ie zin in had. Wat eigenlijk ook zo was.
En toen brak er iets. Een snaar, om precies te zijn. Geeft niks, overkomt de besten wel eens. Maar in dit geval ging het om een snaar van de gitaar van Damien Rice, en dat is even raar. Want nou moest hij z'n muil open doen. Hij verzocht zijn band om hem de tijd te geven bij te stemmen, en die speelde daar gretig op in: "hè hè", hoorde je ze denken, "eindelijk es variatie in de set". Maar terwijl de ritmesectie een naadloos vullend four-to-the-floor-ritme speelde ging Damien van de regen in de drup: hij stemde te ver omhoog. Ik zág het hem doen, koop nooit chromatische stemapparaten dacht ik nog, en god wat is ie lang bezig met al die snaren. Ik voelde zelfs even plaatsvervangende schaamte: wat nu, als de band weer invalt? Of als ie moet zingen? Dit kan alleen maar fout gaan.
En dat ging het ook. En dat was kut voor hem, want nou moest hij nog meer praten, en dat is onze kluizenaar niet gewend. "Did I go up?" Ja, Damien, een hele halve toon. Wat volgde was magisch: de band voelde zich bevrijd van de plichtmatige set die zij al minstens een half jaar speelde, de drummer speelde driemaal losser dan de eerste helft van het concert, en de tot daarvoor bevroren celliste ontdooide werkelijk. De rest van het optreden zat men op het podium elkaar grijnzend aan te staren.
Het mag dan ook geen verrassing heten dat het succes van dit concert stoelde op dat ene toevallige moment. Eén gebroken G-snaar en de ijzige Ier c.s. mochten zich aan het publiek warmen, en Damien was zelfs even op een vorm van charme te betrappen. Maar de twijfel blijft over welke indruk gemaakt zou zijn zonder deze speling van het lot. En de vermoedens zijn niet al te best. En hoe leuk het ook was om Rice in zijn eentje de falsettopartijen te moeten horen zingen, Lisa is onmisbaar gebleken. Toch, het is Damien Fucking Rice, en als je het niet digt, dan ben je gewoon niet geweest waar ik geweest ben, mijn goede vriend.
Damien Rice: Theaterconcert + rock & roll van stille Ier. 8. (3VOOR12: 5)
Hard gemist: Jamie T, wegens het ophalen van vrienden bij de ingang (ik had een kaartje voor één van hen). Tijd rennend van linkerveld Alpha tot halverwege ingang en parkeerplaats: 18 minuten.
Nachtprogramma: A Reggae Bomb (DJ). Blije negers wisten het Limapubliek mee te krijgen, en terecht. Irie level vibes.
ZATERDAG
Ja, ik was daar zomaar, en het was emo maar dan toch niet maar stiekem weer wel, maar vooral gewoon zonder enig verbeeldingsvermogen. Is emorock niet creatief failliet als genre? N.B.: ik zeg dit als recovering emo fan.
Brand New: 3. (3VOOR12: 6,5)
Ik had er nog zo tegen gewaarschuwd. Maar mijn vrienden gingen toch naar het Bravo-hiphopblokje, en dat leek me een uitgelezen kans om even bij Salah Edin te buurten. En o, hoezeer hoopte ik op puntige preken, radicale retoriek, snedige soerahs desnoods, alles om Edin interessant te doen lijken en de aanwezige cameraploegen (hoi, oude media!) te rechtvaardigen. Ik was zó benieuwd naar de reactie van het publiek: zouden we zijn oprechtheid toejuichen? Zouden we zijn kritiek op de verworvenheden van de Westerse maatschappij verwerpen en dingen naar zijn hoofd gooien?
Dit alles bleef uit. Want Edin had ongeveer dertig seconden voor nodig om zijn zogenaamd radicale denkbeelden in te wisselen voor "Waar doekoe doekoe waar doekoe doekoe?" en "Schatje doe je shit / Zet je telefoon uit voor je man word getipt, vrouwtje is een bitch", en zichzelf te ontmaskeren als Weer Zo'n Nederlandse Rapper. Blegh, en vooral: gaap. Ga terug naar Alphen, of waar dat Land Van jou ook ligt.
Salah Edin: spreekt op rijm. 2. (3VOOR12 over het Top Notch-blokje)
In de rij staan voor de Juliet, da's pas leuk. Vooral als je vrienden met slaapgebrek bij je hebt, die eenmaal aangekomen in de warme, donkere theatertent beurtelings op je schouder landen.
Ik vergeef ze enkel omdat ik van ze houd, en omdat ik de nachten van Lowlands ken. Want de Vlaamse cowboy die zich Admiral Freebee noemt maar eigenlijk Tom van Laere heet heeft inmiddels bewezen dat hij ermee wegkomt, zijn Amerikaanse droom.
En kan inmiddels uit een vruchtbaar oeuvre kiezen. De ghost town folk tierde welig in de Juliet.
Admiral Freebee: 8,5.
Al zeker een jaar of twee woedt er een broeierige strijd tussen mij en mijn kompanen. Noem het de Koude Oorlog der Onderkoelde Bandjes. Het ene front bestaat uit Britten die weliswaar een eeuwige bad hair day hebben maar wel nog gewoon kunnen kletsen; aan de andere kant staan Amerikanen die zich specialiseren in vuige maar onbegrijpelijke teksten en die nooit wat lijken te zeggen.
Als u een beetje heeft opgelet weet u dat ik in deze al lang kant heb gekozen voor Editors. Niet dat het een strijd hoeft te zijn, natuurlijk; en niet dat ik veel heb om Interpol op af te wijzen: het is gewoon één van die Bandjes Die Heel Goed Zijn Maar Waar Ik Nooit Echt In De Ban Van Ben Geraakt. Zaterdagavond beloofde dan ook een lakmoesproef, of op z'n minst een test van mijn trouw, zeker na de gemengde gevoelens over de vlaggendragers van mijn zijde, een dag eerder in de Alpha.
Eén van de meest dodelijke dingen die je over een popconcert kunt zeggen is dat het precies was wat je ervan verwachtte. Maar bij Interpol zie ik geen keus. Serieus kijkende, in het zwart gestoken mannen die niet veel zeggen of überhaupt bewegen behalve om hun trage, lome gitaarleads nog een beetje visueel effect mee te geven. Zelfs de leernicht van het merk Freddie Mercury op basgitaar zorgde niet voor enige flair. Ik weet dat dit is Wat Interpol Doet en dat dat zo hoort, maar toch. Verder gebeurde er niets. Brak er maar een snaar.
Interpol: Adequaat CD'tjes naspelen. Iets maakt het toch interessant, maar ik kan niet benoemen wat. 7. (3VOOR12: 7,5)
Nachtprogramma: de Grolschtent, waar de jaren negentig nooit zijn opgehouden. En nondescripte house in de Bravo.
ZONDAG
Zoals de lezer van mijn preview weet was New Young Pony Club vooraf een grote favoriet, al was het alleen al om de fantastische naam. Eén en ander bleek een beetje moeilijk om in te komen op de nuchtere maag, maar NYPC overtuigde met haar schattige en vooral dansbare funkpop met een keiharde knipoog naar de jaren tachtig. Het vroege tijdstip is ze vergeven, en naar de hel met diegenen die ze afrekenen op een gebrek aan uniciteit: de jongens en meisjes maken leuke muziek, en meer hoef ik niet te weten.
New Young Pony Club: 8. (3VOOR12: 5)
Vergeet alles wat je weet over popmuziek. Vergeet je Beatles-verering, vergeet dat je vindt dat eigenlijk teveel Zweedse singer-songwriters zijn, vergeet dat je twee pop eigenlijk gay vindt. En dan zal hij verschijnen, Emil Svanängen, de eenvoudige jongen in zijn houthakkersshirt, omringd door zijn posse - compleet met Meisje Met Tamboerijn.
Een rock & rollverhaal, ook nog: Emil geeft een in de kelder van zijn ouderlijk huis opgenomen CD-R uit, Emil knippert twee keer met zijn dromerige ogen, Emil tekent bij Sub Pop. Maar terecht, godverdomme. Ik had mijn huiswerk gedaan, en opgemerkt dat de liedjes van Loney, dear zich kenmerken door subtiliteit en nog veel meer understated zijn dan die van zijn tijd- en landgenoten: maar man, smijt hij dat concept even aan diggelen op Lowlands.
Het zijn vooral breekbare liedjes met sterke melodieën ("perfecte pop", schijn je dan te moeten zeggen) waarin Emil geen kans onbenut laat om met zijn tot buiten onze atmosfeer reikende falsetto te pronken. Maar hij brengt ze als een goede house-DJ: elke keer als je denkt, nou, dit kan echt niet harder - of hij gaat écht los, en dat doet deze jongen niet, komt er een stem bij, of gaat de drummer precies twee BPM sneller, of gaat de boel gewoon nog een octaaf omhoog. En dat dan tien keer in een lied. Dit alles met behoud van het fluweelzachte "o, is er iemand een lied aan het zingen?" timbre, behalve soms, héél soms, dan gaat Emil toch los. Dit is één van die gevalletjes "schrijven over muziek is als dansen over architectuur", maar echt, het is niet te beschrijven tenzij je er bij was.
En wie er bij was, at uit Emils hand. Ieder patroontje, hoe complex ook, werd opgepikt en meegezongen; als het te hoog of te gek werd, volstond men met meeklappen of goed gemikt gejuich. De verdwaalde passant die de tent binnen struinde kon enkel concluderen dat hij in een mis van een soort gekke sekte terecht was gekomen.
En dat was ook een soort van zo. Een sekte waar ik wel lid van zou willen zijn, in elk geval. Want ook Emil had door dat hier iets heel bijzonders aan het gebeuren was: soms kon hij zijn vreugde niet bedwingen, en brak zijn contratenor in een uitbarsting van niet te onderdrukken gegiechel.
Het bijgeloof wenst dat er eerder jaar eentje is, een artiest die alle verwachtingen overtreft, alle andere artiesten van een overvol Lowlandsprogramma doet verbleken en de rest van het jaar je favoriete band blijft. Voor deze weblogger was het Arcade Fire in 2005, vorig jaar Guillemots, en dit jaar gaat Loney, dear er - en ik duld geen discussie - met het goud vandoor.
Loney, dear mag de India-gemeente dan heel blij gemaakt hebben; wij hebben hém blij gemaakt. En een betere transactie kun je op Lowlands niet wensen.
Loney, dear: Falsettokoning wordt één met zijn publiek. Een welhaast religieuze ervaring. 9,5. (3VOOR12: 7,5)
Net als Interpol valt ook The Shins onder de noemer "Beste Band Waar Ik Nooit Fan Van Ben Geworden". Meer dan Interpol is dit een soort van wrang, want op papier doen ze alles goed, en ik mag niet onvermeld laten dat ik als maker van muziek ook op z'm minst toch enige verwantschap zou moeten voelen met James Mercer en kornuiten: netjes "indie" maar met wagonladingen pop sensibility, doe-het-zelfmentaliteit, gaat u door. Sprak goede vriend en beste criticus Olaf: "Als je al een straatje had dan past The Shins er wel heel goed in".
Waarom het dan toch niet wil boteren tussen mij en de mannen uit Portland, Oregon, geen flauw idee. Wat ik wel weet is dat het tijdstip en de omvang van de tent ook deze band geen goed deed. Smoesjes, natuurlijk: maar Mercer maakte het er ook wel heel erg zelf naar, met een show die ingestudeerd leek voor een enorm en vooral anoniem publiek. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest. Zijn navrant onoprechte belofte om later de belendende klimmuur te lijf te gaan was dan ook de druppel. Ik was weg.
The Shins: De Beatles meenden het wel. 3. (3VOOR12: 6,5)
Over straatjes gesproken: het album met de eenvoudige titel "Dreams" was één van m'n aller, vorig jaar - met z'n minimalistische mijmerelectropop die oeps, toch lekker met gitaren en (The Cure-)drums gemaakt was een meesterwerk in de "mja, zet die maar op"-categorie, en dat is een oprecht compliment.
Sprak mijn goede vriend De Kolonel nadat hij terloops de knusse Lima binnen was gestrompeld: "Nou, ik weet niet wat dat was, maar het is het hardste applaus dat ik heb gehoord op Lowlands". Het publiek was in drie categorieën te verdelen: de fans van Kings of Convenience van het eerste uur (al die schuchtere jongens en meisjes voorin die ineens niet zo schuchter meer waren); de fans van The Whitest Boy Alive (ik); de arme passanten die meenden - net als bij Loney, dear - in een soort perverse kerkdienst geraakt te zijn (De Kolonel).
Zonder die eerste groep was het nooit wat geworden, gok ik.
Daar stond hij dan, übergeek Erlend Øye, met het haar van Napoleon Dynamite, de bril van Buddy Holly en de gitaar van Springsteen. Dat laatste was de sleutel in het meest bizarre concert dat ik dit jaar heb gezien. Mijn theorie: Erlend vond het helemaal prima, die "Quiet is the new loud"-doctrine van zijn oude groep Kings of Convenience, kwam toen het Röyksopp tegen, zong wat liedjes in, bedacht dat je ook best elektronische muziek kon maken, en ging dat vervolgens doen, maar dan lekker tegendraads met traditionele instrumenten. En ontdekte gaandeweg dat hij heupen had, net als Springsteen.
En ik had genoegen genomen met natuurgetrouwe uitvoeringen van de rustigjes kabbelende mijmerliedjes van het album, maar nee hoor: alles moest er in. Nummers werden uitgesponnen tot heuse, respectabele jazz-improvisaties, elders werd de funk er weer dik bovenop gelegd, en uiteindelijk was alles toch stiekem disco. Uit de jaren tachtig. Met een glansrol voor de toetsenist (Crumar- en Rhodes-piano's, wat wil je nog meer), toch gewoon een smerige Duitser (stel ik me voor) die niet te beroerd was om héél erg gay op zijn klavier te gaan staan dansen. Uitstekend.
Maar de messias van dit vreemde samenzijn was Erlend Øye. Nooit heb ik een concertpubliek zo slaafs aan de voeten zien liggen van zo'n bleke jongen: Erlend doet eens een danspasje, de zaal gaat los. Erlend laat een A-mineur klinken, het publiek gaat los. Erlend laat een scheet - u raadt het al.
Toch kan ik me niet losmaken van het idee dat deze nerdverering volkomen terecht was. (Ikzelf ging er in elk geval graag in mee.) Want is er niet ontzettend veel lef voor nodig om anno 2007 zó'n schaamteloze 1987-show neer te zetten? En dat dan ook nog eens feilloos doen? En met hele goede liedjes?
Ik heb lange tijd vermoed dat Lowlands iets heeft met onwaarschijnlijke helden. Het Frodo-effect, zeg maar. Een zuiverder voorbeeld dan op deze zondagmiddag in Lima is nauwelijks voorstelbaar.
The Whitest Boy Alive: The Ultimate Revenge of the Nerds. 9. (3VOOR12: 7)
Foto: reinieronline
Net als Iggy vorig jaar is Sonic Youth zo'n band waarvoor mijn arrogantie net niet ver genoeg reikt om haar te bezoedelen met woorden en cijfers. Ik heb Our Band Could Be Your Life nog eens opengeslagen, ben naar Flevoland afgereisd en heb gezien. Niet dat ik fan ben van hun muziek, eerlijkheidshalve, maar goed, ik zou er ook flink wat voor over hebben om Hitler nog eens te ontmoeten. Dus voordat ik helemaal mijn retorische graf graaf:
Sonic Youth: op Lowlands. (3VOOR12: 8)
Sometimes, we think of our parents - well whatever happened to them? Ze zijn groot geworden, de grootste (en waarschijnlijk beste) indierockband ter wereld. Maar met glans. De lievelingen van zowel critici als publiek mochten óók al tegenover de Alpha hun kunsten tonen, twee jaar na hun legendarische Lowlandsoptreden met een hoog in de trussen klimmende slagwerker, dat net als het Grote Sinaasappelgevecht van 1996 en de Blikseminslag bij I Am Kloot van 2001 in het Lowlandslexicon terecht is gekomen als "Waar Was U Toen"-momentje.
Men moet zich geen illusies maken. Professioneel was, het, gelikt ook, met kleine cameraatjes die live bewegende beelden van de bandleden projecteerde op vijf kleine schermen plus het achterdoek. Natúúrlijk wordt het nooit meer als toen. Maar het blijft Arcade Fire, en Arcade Fire stelt nooit teleur.
Dus laten we ons in godsnaam blindstaren op de details. Régine Chassagne speelt verdienstelijk draailier, zoals de fans van het nieuwe album - de liedjes waarvan uiteraard meer dan fier overeind bleven - allang wisten. Maar ze mocht ook nog eens drummen. Misschien omdat het haar verjaardag was, weet ik het. Maar dat deed ze gek: soms rechts- en dan weer linkshandig. Arcade Fire is niets te dol.
Ach, schrijven over Arcade Fire is altijd preken voor het koor. Als je Arcade Fire wel eens live gezien hebt, dan weet je wat ze doen (namelijk: de mooiste muziek ter wereld spelen alsof hun leven er van af hangt). Zoniet: ga ze zien, voordat je sterft.
Arcade Fire: 8,5. (3VOOR12: 8,5)
Kapót ben je - niet alleen na een paar dagen de Lowlandsganger uithangen - maar vooral ook na een optreden van Arcade Fire. Maar dat weerhield enkele vrienden die dapperder zijn dan ik er niet van om meteen door te sjezen naar Dinosaur Jr, nog zo'n "O, we waren heel belangrijk in 1990 en gaan nog maar es op toer"-band. Met oordoppen in, want man, wat een herrie maakt J Mascis met zijn 634 dubbele Marshallversterkers. (Check die waarschuwing bovenaan het forum.)
Ik had geluk dat ik voor het naar de polder vertrekken even YouTube had gecheckt, want anders had ik waarschijnlijk een hartaanval gehad. Ik had namelijk alleen foto's van dit gezelschap (en vooral het zingend en gitaarspelend heerschap) gezien van dik vijftien jaar geleden, en daar staat dan ineens zo'n enorme slacker (kent u dát woord nog) met grijze haren van jewelste. Sprak een commentator op het (recente) YouTube-filmpje: "Wow, Gandalf rocks!". En gelijk had 'ie.
Zingen kan hij ook niet, de man die De Kolonel correct omschreef als "De Lelijkste Man op Aarde". Alleen whinen. Als je niet wist dat het één van de meest invloedrijke bands van het vlak-voor-Nirvanatijdperk was zou je welhaast denken dat een bandje uit Enschede dat nét niet een Essent Award had gewonnen nog een plekje had gekregen. Want zo was het, met minuten- en minutenlang amateuristsche gitaarstemmerij en loze drumchecks tussen de liederen door.
Maar als ze dat eindelijk zelf zat werden, dan gingen ze hoor. Met een geluidsdruk waar de nieuwe Airbus jaloers op is brachten ze een hitbox waar de fan een nat broekje van kreeg: van "Almost Ready" tot de Cure-cover "Just Like Heaven" kwam alles voorbij. Met minstens drie gitaarsolo's per lied, want anders moet J weer zingen, en ja hallo. Veel nieuwe fans zullen ze niet gemaakt hebben die avond, maar de echte fan kwam trommelvliezen tekort.
Dinosaur Jr: Jurassic rock voor de liefhebber. Oordoppen mee. 7. (3VOOR12: 9)
Nachtprogramma: Simian Mobile Disco (gewoon een slechte DJ), Kees van Hondt (legende die terecht plantenbakken cadeau kreeg).
Rest ons nog de top 5:
1 Loney, dear
2 The Whitest Boy Alive
3 Arcade Fire
4 Admiral Freebee
5 Damien Rice
En de awards.
Hardst gemist:
1 Jamie T (Ik moest een vriend wier kaartje ik had ophalen bij de parkeerplaats: 18 min. van linkerveld Alpha tot zeg maar bij de bushalte. Vind ik een record. O, bedankt nog trouwens, vriend - je weet wie je bent.)
2 The Rifles (In de rij staan voor Juliet kost tijd.)
3 The Killers (Ik ken geen schaamte, maar wel programmaboekjes.)
Grootste teleurstelling: The Shins
Beste opmerking: "Je moeder is een Turk", want ja, dat was nou eenmaal zo - Ben & Jerry's, zondagnacht.
Beste sms: "wat is dat? kant niet gewoon bij de wortel?" - De Kolonel in reactie op mijn verzoek tot een rendez-vous bij de Vogelkathedraal.
Beste overhoorde tekst: "Ik ben toch echt naargeestig op zoek naar mijn tent." - Camping 3, donderdagavond.
Beste Accidental Art: de "oorlog" tussen de twee rijen voor de bussen, maandagmiddag. Het was een vreemd soort rugby.
Beste fauna: de leeuw in mijn tent.
dank: ivo lennert jeroen olaf niek marloes tim michiel bob
En, omdat je het eind hebt gehaald: een video-opname van Loney, dear, zoals gezien op Nederland 3. Tot volgend jaar!
Labels: 2007, admiral freebee, alamo race track, arcade fire, damien rice, editors, interpol, loney dear, lowlands, lowlands2007, new young pony club, salah edin, sonic youth, the shins, the whitest boy alive


















PARADIJSVOGELS.


