ANGLO-SAXONS AT THE DISCO.
Het is een waarheid als een koe: youth is wasted on the young. Maar hoe klínkt jong zijn, en hoe klinkt het als iemand het wél kan waarderen?
De vergelijking dient zich bijna wanhopig aan, en ik zal hem dan maar meteen uit de weg ruimen: vijf jaar geleden sprak Mike Skinner (als The Streets) rechtstreeks tot de harten van éénieder die jong was, in West-Europa leefde, en wel eens een joint had gedraaid of een spelcomputer had beroerd. Original Pirate Material (2002) was een meesterwerk sui generis, en één van de beste platen van deze eeuw.
Maar laat de vergelijking daar ophouden, godzijdank. Het zit zo. Jamie T heeft een nieuwe basgitaar. Maar goed ook, want anders zou hij ons allemaal overhoop schieten met het pistool waaraan hij zijn spaargeld anders zou hebben besteed. Nu zingt hij met zijn bezopen vrienden de gospel van het viersnarige instrument. En dat is nog maar het begin.
Wat volgt is een eclectische barrage die wat taal betreft alleen maar in clichés te vatten is: respect voor klassiekers, geen respect voor stijlgrenzen, crossover te over, jeugdige levenslust.
Goed, nog even de vergelijking dan. De kwaliteiten die Mike Skinner verhieven tot genie - voordat hij zich verloor in zelfgenoegzame conceptalbums en met wodka zwaaien tijdens Lowlands - waren vooral zijn zeer directe spreektaalteksten en een geluid dat zowel een parodie op het toen hippe UK Garage was als een samenvatting ervan, onderwijl gewiekst leentjebuur spelend bij min of meer verwante stijlen als reggae en mainstream hiphop.
Welnu, de directe aanspreekvorm, die deelt Jamie wel met Mike. Maar waar Mike ophoudt met een tekstuele knipoog naar Craig David pakt Jamie het concept van de crossover, schopt het in tweeën en denkt er geen seconde langer over na. Want om een postmoderne dooddoener te recyclen: wat doen genres er ook toe, tegenwoordig? Bij nadere beluistering wordt het klinkklaar dat de praat-zing-rap vrijwel het enige kenmerk is dat Jamie T gemeen heeft met The Streets. En misschien dat we er nu eindelijk over op kunnen houden.
Want Jamie, die luistert liever naar The Clash, Joy Division en The Specials, als we zijn eigen muziek op oorwaarde mogen beoordelen. Eén en ander getransponeerd naar 2007, natuurlijk; soms slick en dan weer lo-fi slaapkamerstijl.
Hetgeen al saillant wordt na het frivole openingsstuk over de nieuwe basgitaar: bij opening klinkt "Salvador" als een kokette zwanenzang waar Guillemots nog een puntje aan zouden kunnen zuigen, maar binnen de kortste keren verwordt het met het binnenkomen van de drums tot een gitaardansnummer waar Franz Ferdinand of Bloc Party dan bijvoorbeeld weer niet vies van zouden zijn. "Bang bang, Anglo-saxons at the disco", inderdaad.
Wat volgt is "Calm Down Dearest", een portret-onder-invloed dat in eerste instantie doet denken aan - de laatste keer, echt! - "Too Much Brandy" van The Streets, maar waar Mike Skinner naar Amsterdam ging gaat Jamie gewoon de dansvloer op. Bovendien zijn daar een Fender Rhodes (sample, maar toch) en een heus refrein. Om niet te spreken van hevig gesnuif in de microfoon.
In het akoestische "Back in the Game" klinkt onze jonge hond uit Wimbledon als een jonge Dylan die Arctic Monkeys covert, en alleen dat lijkt me al een Brit Award waard. Het begin en eind van "Operation" herinneren me eraan dat Jamie veelvuldig gebruik maakt van korte spraakfragmenten tussendoor, a la Jens Lekman; dit versterkt de terloopse vibe, ook al kun je er geen flikker van verstaan. De indiepopgitaren van dit lied en het mantra "all thriller no filler" verheffen dit lied al tot vaste prik bij BBC Radio 1, als ze daar het lied dat erop volgt ooit zat zijn, tenminste.
Want in zekere zin is "Sheila" toch Jamie T's proudest moment. De reeks grootsteedse portretten van het reilen en zeilen van doodnormale mensen klinkt op het eerste gehoor als een aflevering van EastEnders, ondersteund door drumloops, contrabas-samples en hypnotische synths en strijkers. Echter, in tegenstelling tot het eeuwige drama rond Albert Square worden de figuren in dit lied gechroniqueerd door een minstreel die er echt wat bij voelt. Doet het ook nog goed in de pub, wat wil je nog meer.
(Nu ik erover nadenk doet "Sheila" nog het meest denken aan het onnavolgbare "Two Pints of Lager and a Packet of Crisps", het intens komische geesteskind van één van mijn helden, Susan Nickson, die haar ervaringen met een klein stadje ergens in een hoek van Engeland met succes in sitcomvorm goot.)
Eerlijk is eerlijk, dieptepunten zijn er ook. Het vermoeden mag bestaan dat Jamie zijn slaapkamer wellicht wat gehaast heeft verruild voor een contract met Virgin, en de auditieve aanwijzingen zijn er. Dat "Dry Off Your Cheeks" weelderig in ruis baadt is tot daaraan toe, maar de één of andere boerenkinkel die ver op de achtergrond iets onverstaanbaars roept zorgt dat dit lied toch vooral een verdwaalde niet-voor-publiekdemo lijkt. Waarom, in godsnaam?
Daarna komt het niet meer goed. Het prettig aan ADHD lijdende "If You Got the Money" heeft dan wel een Inner Circle-sample en teksten als "Mama still wants you home for supper", en "Alicia Quays" heeft een geestige titel, maar na het magistrale "Sheila" is het album toch iets te duidelijk over zijn hoogtepunt heen, en lijkt het mantra van "Operation" toch gelogen: dit is opvulmateriaal.
Jammer, en dit laat de luisteraar dan ook achter met twee gedachten. Enerzijds kan ik me niet onttrekken aan de gedachte dat Jamie met enige haast wat radiogeile tracks heeft neergeplempt om zijn meerderen in maatpak te plezieren. Anderzijds blijft staan dat Jamie T een plaat heeft gemaakt die niet alleen uniek is maar die ook veel mensen aan zal spreken.
Ach, zong Badly Drawn Boy niet "Songs are never quite the answer, just a soundtrack to a life"? De film waaronder deze plaat klinkt, daar wil ik best deel van uitmaken. Op z'n minst maakt deze plaat dat ik weer eens dronken wil worden in Londen, en dat is een pluim waard.
Jamie T - Panic Prevention [2007].
Labels: brithop, jamie, jamiet, londen, muziek, panicprevention, recensie, thestreets



