ALLES VAN WAARDE IS WEERLOOS.
Weet u nog die foto die ik vorig jaar zomer maakte van een prachtige muurschildering bij Cooper Square in New York, vlak langs de Bowery? Welnu, hooguit twee weken later was 'ie weg.

Forever Tall was een stadsgezicht tegen een met sterren gevulde nachthemel; ogenschijnlijk vanaf het zuiden gezien, maar het perspectief is inconsistent, waarschijnlijk om al die herkenbare gebouwen erin te kunnen proppen: het Chrysler-gebouw, het Empire State Building. Die laatste is hier overigens rood-wit-blauw gekleurd - wist u dat hij elk jaar ter ere van Koninginnedag oranje kleurt? De wortels gaan diep. Middenin de blauwe stad met witte lichtjes, precies waar voor- en achtergrond elkaar ontmoeten, verrijzen twee gigantische torens, van top tot teen gevuld met allerlei bloemen.
Dit beeld is tekenend voor de houding van New Yorkers tegenover hun stad: de mensen die in het WTC werkten waren in de ogen van velen bovenal zakenmensen, Starbucks-drinkende soldaten in driedelig grijs die acht (of meer uur) per dag iets onbegrijpelijks deden met kopieermachines en getallen op een beeldscherm. En de gebouwen waren lelijk, grotesk en voor veel mensen niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen kompas: "Almost anywhere in Manhattan, if you can see the WTC, you know you're walking south".
Een ontnuchterend beeld, wellicht, en de schildering kreeg daardoor wellicht juist méér waarde: het ging uiteindelijk om mensenlevens immers, en om een stukje van deze stad - onze stad, zo lijken de artiesten duidelijk te willen maken.
Het werk kwam op mij over als een toonbeeld van de spontaniteit, levendigheid en ziel van New York: dat mensen de moeite nemen om zoiets tot in de puntjes te ontwerpen en uit te werken, zich in bochten moeten wringen voor het verkrijgen van gemeentelijke toestemmingen etc. Nu heeft de projectontwikkelaar het overgeschilderd in het kader van de kruistocht der gentrification. Alles van waarde is weerloos.
Dit beeld is tekenend voor de houding van New Yorkers tegenover hun stad: de mensen die in het WTC werkten waren in de ogen van velen bovenal zakenmensen, Starbucks-drinkende soldaten in driedelig grijs die acht (of meer uur) per dag iets onbegrijpelijks deden met kopieermachines en getallen op een beeldscherm. En de gebouwen waren lelijk, grotesk en voor veel mensen niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen kompas: "Almost anywhere in Manhattan, if you can see the WTC, you know you're walking south".
Een ontnuchterend beeld, wellicht, en de schildering kreeg daardoor wellicht juist méér waarde: het ging uiteindelijk om mensenlevens immers, en om een stukje van deze stad - onze stad, zo lijken de artiesten duidelijk te willen maken.
Het werk kwam op mij over als een toonbeeld van de spontaniteit, levendigheid en ziel van New York: dat mensen de moeite nemen om zoiets tot in de puntjes te ontwerpen en uit te werken, zich in bochten moeten wringen voor het verkrijgen van gemeentelijke toestemmingen etc. Nu heeft de projectontwikkelaar het overgeschilderd in het kader van de kruistocht der gentrification. Alles van waarde is weerloos.
Labels: 11 september, 9/11, amerika, art, bowery, cooper square, elf september, graffiti, kunst, new york, new york city, nyc, public art, publieke kunst, verenigde staten, vs


